‘Je moet je steeds verheugen op wat komen gaat. Bijvoorbeeld op de radio-uitzending die ik ’s middags moet doen, tussen twee en vier. […] Je kunt je eigen energie generen. En tijd is dan ook een relatief begrip.’ Met een knipoog: ‘Door al dat gedoe kom ik niet aan werken toe…’
Hou voeling met de tijd van 3, 6, 8 en 12 jaar. DAt is de tijd van de verwondering, de openheid. Beschouw social skills als spelen, het leven loopt aanmerkelijk gesmeerder.
Het is nog steeds lekker druk in zijn ‘winkeltje in woord, gebaar en muzieknoten.’
Het allergrootste verschil tussen de Edwin-van-nu en de Edwin-van-toen is het verdwijnen van de losbolligheid. […] En verder hou ik me aan de uitspraak van Willem Wilmink: ’Als de herfst zich vermomt als de lente, lijkt hij alleen maar ouder.’ Dus doe niet krampachtig jong.
Nadat ik haar naar haar stoel had begeleid, ben ik achter mijn drumstel gaan zitten en zong: ’Zeg eens allemaal, zijn er hier ook jongens in de zaal? Ach, dat doet me veel plezier, is er ook een prinsesje hier?’ Ze vond het enig!
Leef je eigen leven, knip de mythologische draad door van symbiose, wees vrij, met wie je liefhebt en met wie jou liefhebben. Dat is wat ik jullie zo van harte gun. Ik wil maar zeggen: ondanks ouders komt het vaak toch nog goed! Dat is jullie eigen verdienste.
‘Wat mij betreft, gaat Ome Willem door tot in het crematorium. Mijn pet moet aan de urne komen te hangen en ik wil het opschrift ‘deze vuist op deze vuist’ in as.’
Normaal gesproken staat hij in de schijnwerpers, zij in de schaduw. In Nouveau draaien we de rollen om: hij doet een stap opzij en richt de spotlights op haar. ’Annett is nooit te beroerd om me tegemoet te komen in mijn onverzadigbare behoefte aan bevestiging.’
‘De plechtigheid was voorbij, de prins loopt het podium af […] geeft mij een hand en zegt: ‘Elke ochtend…’ en tegelijk stapelt hij zijn vuisten op elkaar en slaat met een lach zijn ogen ten hemel. In de vakanties worden afleveringen van Ome Willem namelijk herhaald en de jonge prinsessen kijken daar naar.’
Je moet werken aan de nieuwsgierigheid van kinderen; ze moeten één les voorliggen op jou: zij moeten jóu de vragen stellen. En je moet je niet opdringen, het aanbod moet de vraag volgen.